telefoonhoorn
mannelijk (de)/ˌteləˈfonhorᵊn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dat deel van een telefoontoestel dat de microfoon en de luidspreker bevatTot de komst van de draagbare telefoons moest de telefoonhoorn altijd op de haak terugleggen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek