telefoneren

/ˌteləfoˈnerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) een telefoon gebruiken
    Hij telefoneert urenlang met vrienden.

Etymologie

*afgeleid van het Franse téléphoner

Vertalingen

Engelstelephone, phone, call
Franstéléphoner
Duitstelefonieren
Spaanstelefonear, llamar, llamar por teléfono
Italiaanstelefonare
Portugeestelefonar
Poolstelefonować
Zweedstelefonera, ringa
Deenstelefonere