tekstboek

onzijdig (het)/ˈtɛks(t)buk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. boek met de tekst van liedjes, gedichten, een toneelstuk, het libretto van een opera etc.
    Een kale houten vloer vormt het podium, aan touwen hangen de toneelgordijnen. Patrick Duijtshoff troont als toneelmeester aan een lange tafel, het tekstboek voor zich. Hij geeft regie-aanwijzingen en houdt de spelers in toom die van hartstochtelijke uitbundigheid over elkaar buitelen in deze zoete razernij der liefde. NRC Kester Freriks 17 januari 2017
  2. leerboek voor een schoolopleiding, soms naast een werkboek (oefenboek, opgavenboek) en een antwoordenboek over hetzelfde vak
    Rood bloed is het best begrepen. De rode kleur komt van de ijzer-heemgroepen in hemoglobine, het eiwitcomplex dat zuurstof vervoert. Eén hemoglobine-complex bestaan uit vier globine-strengen, die ieder een heemgroep bevatten om één zuurstofmolecuul te binden. Volgens tekstboeken bevat elke rode bloedcel een paar honderd miljoen hemoglobine-moleculen. Dat betekent dat elke rode bloedcel een miljard zuurstofmoleculen verscheept. NRC Lucas Brouwers 2 januari 2016

Etymologie

**[2] leenvertaling van "textbook" "leerboek, studieboek"