tekenen
/ˈtekənə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een tekening makenOf ze tekenen de schelp op iets wat ze meedragen.
- een zichtbaar spoor achterlatenDus begin ik, parallel aan mijn zoektocht naar de gebeurtenissen van 1953, tekenen van zijn leven van véôr die tijd te verzamelen.
- zetten van een handtekeningDe medewerkster knikt, controleert mijn gegevens, haalt een gele akte-envelop uit een rek en laat me tekenen voor ontvangst.
Etymologie
* In de betekenis van ‘schilderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1367
Vertalingen
Engelsdraw
Fransdessiner
Duitszeichnen
Spaansdibujar, delinear
Italiaansdisegnare
Japans描く
Poolsrysować
Zweedsrita
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek