teisteren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) grote schade toebrengen
    Het land werd geteisterd door meerdere plagen tegelijk, een aardbeving, een vloedgolf en vervolgens een kernramp.
    Haar neus ligt bijna op de stuurpen als ze de laatste krachten in het geteisterde gestel aanspreekt.

Etymologie

* In de betekenis van ‘schaden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1638

Vertalingen

Engelsto infest, to scourge, to ravage
Duitsheimsuchen, plagen, verwüsten