tegenstandster

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw waarmee iemand strijd levert
    De tennisster versloeg haar tegenstandster met 6-0, 6-2 en 7-5
    De president adviseert zijn tegenstandster van de presidentsverkiezing van 2016 om haar leven weer op te pakken en over drie jaar nog eens een gooi te doen naar het presidentschap.
    Bertens speelde zeer wisselvallig. Het feit dat haar Italiaanse tegenstandster alles terugsloeg, terwijl ze zelf legio kansen onbenut liet, dreef haar zichtbaar tot wanhoop.

Etymologie

*afgeleid van tegenstand