tegenspeler
mannelijk (de)/ˈteɣə(n)ˌspelər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een speler van de tegenpartij
- iemand die met een ander samenspeelt
Etymologie
* van tegenspelen
Vertalingen
Engelsopposite number, opponent, partner
Fransadversaire, partenaire
DuitsGegenspieler, Gegenspieler
Spaansadversario, antagonista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek