tegenslaan

/ˈteɣə(n)ˌslan/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) ongunstig verlopen
    Borginon die overtuigd was dat de verkiezingsuitslagen zouden tegenslaan, speculeerde er misschien op dat geen van beiden een kans maakte.
  2. ov (ov) krachtig afkomen op
    {{ouds

Etymologie

*van Middelnederlands "tegenslaan", op te vatten als