tegenpaus
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die de pauselijke titel opeist zonder door het Vaticaan als paus erkent te zijnGregorius XII, geboren als Angelo Correr, was paus in een uiterst woelige tijd, waarin geregeld tegenpausen opdoken die het leiderschap van de kerk opeisten.De meest gekozen naam onder de ruim 260 pausen is Johannes geweest. Johannes XXIII, die de kerk bestuurde van oktober 1958 tot juli 1963, was echter niet de 23e met die naam, maar de 21e. Paus Johannes X heeft nooit bestaan en paus Johannes XVI was een niet door het Vaticaan erkende tegenpaus.
- iemand die het leiderschap opeist terwijl er al een leider is
Vertalingen
Engelsantipope
Fransantipape
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek