tegengif
onzijdig (het)/ˈteɣə(n)ˌɣɪf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een middel dat de werking van een gif neutraliseert of afzwaktEen tegengif tegen cyanidevergiftiging.Vermoorde halfbroer Kim Jong-un had tegengif zenuwgas VX in tas [https://www.nu.nl/noord-korea/5030294/vermoorde-halfbroer-kim-jong-un-had-tegengif-zenuwgas-vx-in-tas.html www.nu.nl]
- (figuurlijk) iets waardoor iets anders teniet wordt gedaanZuiver kunnen waarnemen is een tegengif tegen dit soort eenzijdig, stereotiep denken.
Etymologie
* In de betekenis van ‘neutraliserend middel’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Vertalingen
Engelsantidote
Fransantidote
DuitsGegengift
Spaansantídoto
Italiaansantidoto
Turkspanzehir
Deensmodgift
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek