tegenboeking

vrouwelijk (de)/ˈteɣə(n)ˌbukɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. boekhouding (boekhouding) bij de dubbel boekhouden de tweede registratie van een transactie, waardoor het totaal van de creditposten gelijk blijft aan dat van de debetposten
    De verkoop van een actief moet in de exploitatie worden verantwoord. Hiertoe wordt het actief op de betreffende balanspost met categorie 7.5 afgeboekt, waarbij als tegenboeking de boekwaarde van het actief als last in de exploitatie op het geëigende taakveld wordt genomen.

Etymologie

*afgeleid van "tegenboeken" , op te vatten als