woorden
boek
Start
›
T
›
teem
teem
mannelijk (de)
/tem/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
langdurig, zeurderig klinkend betoog of lied
Etymologie
*: "temen" zonder de uitgang -en
Synoniemen
gezeur
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← teelvocht
teemde →