technocraat

mannelijk (de)/ˌtɛxnoˈkrat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die zijn beslissingen maakt op basis van zakelijke en wetenschappelijke inzichten
    Nadat premier Rutte vorige week de aftrap van zijn derde kabinet heeft gegeven, is deze week de beurt aan minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA). Ontpopt hij zich als technocraat of toch vooral politicus?Volkskrant Joost de Vries 6 november 2017
  2. een ongevoelig iemand die geen rekening houdt met mensen
    Er zijn niet veel schrijvers die over de techniek in romans en verhalen vertellen. — Ik ben zo'n barbaarse technocraat dat ik denk dat je ze kunt oplappen, alsof ze een Model T Ford zijn. {{Aut|Zwagerman, Joost
    Decennia zijn ambtenaren beschimpt, weggezet als technocraten die niets doen óp kosten van mijn belastingcenten'. In werkelijkheid zijn topambtenaren nodig om te remmen dan wel te stimuleren, want de politici zelf zijn al te vaak slaven van de publieke opinie.Tubantia 2 oktober 2017

Etymologie

*van "technocrat", in de betekenis van ‘aanhanger van de technocratie’ aangetroffen vanaf 1950

Vertalingen

Engelstechnocrat