techniek

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de bewerkingen en verrichtingen die nodig zijn om iets tot stand te brengen
    Wordt er in uw beroep vaak gebruik gemaakt van technieken?
    Normaal gesproken was dat geen enkel probleem geweest, ze gebruikten een eenvoudige en beproefde techniek met platen en bouten voor de samenvoeging.
  2. de bewerkingen en verrichtingen die horen bij de industrie en de exacte wetenschap
    Er is een speciale techniek voor reanimatie.
    En met de Duitse organisatie en techniek kon er de hoognodige orde komen in het Franse gekkenhuis.
  3. de manier waarop dingen zijn verricht
    Hier worden echt speciale technieken gebruikt...
  4. technische hulpmiddelen
    Het gehele proces is overgenomen door de techniek.
    Het was gek om mijn gezondheid helemaal in handen van deze wonderlijke techniek te leggen, maar het leek mij de meest efficiënte optie.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bewerkingen die behoren tot de industrie, vaardigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1868

Vertalingen

Engelstechnique
Franstechnique
DuitsTechnik
Spaansingeniería, técnica