teamlid
onzijdig (het)/ˈtiːmlɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die behoort tot een groep van mensen die samenwerken om een bepaalde taak te verrichtenDe één handelt facturen af van landgenoten die in het buitenland in nood zijn geraakt. Een ander vult vakken in een supermarkt, terwijl weer een ander teamlid als welzijnswerker streeft naar gezonde voeding in sportkantines. Wat deze vrouwen bindt? Voetbal. Allen maken ze deel uit van het Nederlands team dat op zaterdag 6 juni voor het eerst in de historie deelneemt aan het WK vrouwenvoetbal, in Canada. NRC Fabian van der Poll 23 mei 2015
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek