taxistop

mannelijk (de)/ˈtɑksistɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. organisatie voor kostendelend liften die probeert reizigers (lifters) en chauffeurs (iemand die een lifter wil meenemen) samen te brengen
    De Vlaamse ministers Joke Schauvliege (CD&V), Ben Weyts (N-VA) en Bart Tommelein (Open Vld) ondertekenden vandaag samen met de initiatiefnemers Autodelen.net, Taxistop, The New Drive en The Shift, de eerste Groene Economie Convenant of Green Deal in Vlaanderen. De bedoeling is om mensen warm te maken voor 'gedeelde mobiliteit'. Daarbij moet tegen 2020 het aantal autodelers, carpoolers en fietsdelers aanzienlijk stijgen. De Standaard 27/03/2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170327_02802500 Zo wil Vlaanderen minder auto's op weg]
    Taxistop pleitte bij Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) vorig jaar nog om geplande spitsstroken uit te breiden tot carpoolstroken: een extra rijstrook toevoegen is op veel plaatsen niet haalbaar in Vlaanderen. Een ander obstakel is het groot aantal op- en afritten aan de snelwegen. De Standaard 04/09/2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170904_03052158 Waals gewest wil experimenteren met carpoolstroken]