taxirit

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een korte reis met een taxi
    Een kort taxiritje brengt ons naar de haven. We zien een stukje van het prachtige eiland en het nut van de regenbuien wordt ons meteen duidelijk, groene heuvels en schitterende natuur zo ver je kunt kijken.{{Aut|Zwagerman, Marianne
  2. een rit van een vliegtuig over de grond na de landing of voor het opstijgen