taxichauffeuse
vrouwelijk (de)/ˈtɑksiʃoˌføsə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) vrouwelijke bestuurder van een auto waarmee ze passagiers tegen betaling brengt naar de plaats waar ze heen willen
Etymologie
*vrouwelijke vorm van taxichauffeur , op te vatten als samenstelling van taxi en chauffeuse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek