taxfreeshop

mannelijk (de)/tɛksˈfriːʃɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. winkel waar je goederen belastingvrij kunt kopen m.n. op vliegvelden
    Die avond gingen we weer op stap en toen we terugkwamen, bleven we tot diep in de nacht een borrel zitten drinken, die hij uit de taxfreeshop had meegebracht. Linda en ik stuurden elkaar de hele tijd s ms'jes, want ze was misselijk geweest, ze was moe geweest, dat kon toch eigenlijk maar één ding betekenen? Hoe later het werd hoe hartelijker en liefdevoller de sms'jes werden, maar ten slotte schreef ze: welterusten, geliefde prins, misschien wordt het morgen een grote dag! {{Aut|Knausgard,Karl
    Ik deed mijn riem weer om, trok mijn jasje aan, liep door de taxfreeshop naar het café aan het begin van de B-gates, waar ik altijd heen ging, en nadat ik daar in de grote kiosk eerst een paar Noorse en Deense kranten had gekocht, haalde ik een kopje koffie aan het buffet. {{Aut|Knausgard, Karl Ove
    Er gaat jaarlijks meer dan 860 ton Belgische chocolade over onze toonbank, zo’n 2,35 ton per dag, of 1,6 kilogram per minuut’, zegt Etienne Defour van International Duty Free, de grootste uitbater van taxfreeshops op de luchthaven.de Standaard 26/OKTOBER/2017 door krs, km

Etymologie

*uit het Engels