taugé

mannelijk/vrouwelijk (de)/tɑuˈge/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheuten van de ontkiemde mungboon of katjang idjo (dus NIET van de sojaboon)
    Er was zeker een grond voor de wraakzuchtige geluiden uit Nederland. Hoe gerechtvaardigd was de beschuldiging van wetenschappelijk uithongeren van de geïnterneerden niet? Meteen na de capitulatie kwam een schijnbaar moeiteloze toevoer van meer voedsel naar de kampen op gang, van taugé en eiwit- en vitaminerijke erwten. {{Aut|Röling, Bert
    Ken jij mensen die in het weekend lekker schelpen gaan zoeken? Ja, die dinges, met die bos bedorven taugé op zijn hoofd. Die Wolkers, van dat fruit, die deed dat. In zijn blote reet. {{Aut|Dijkshoorn, Nico
    Snel, gezond, makkelijk en nog hip ook. Met deze Aziatische groentenrolletjes heb je het goed voor elkaar. Tips voor ingrediënten: rauwe biet, rauwe wortel, taugé, avocado, doperwten, gebakken paddenstoelen, komkommer, paprika, alle soorten verse kruidenTubantia 31-OKTOBER-17

Etymologie

* ontkiemde mungboon

Vertalingen

Engelsmung bean sprout(s), bean sprout
Fransgerme de haricot mungo, pousse de haricot mungo, pousse de soja vert
DuitsMungobohnenkeime, Mungobohnensprosse, Mungobohnenkeimlinge
Spaansbrotes de judia mungo
Italiaansgermogli di fagioli mung
Chinees綠豆芽
Japansもやし, 萌やし
Koreaans숙주나물
Zweedsmungbonskott
Deensmungbonnespirer