tatoeëren
/ˌtatuˈwerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een naald en inkt een blijvende tekening in de huid inbrengenVeel jonge mensen laten zich tatoeëren.Een moeder voor me trok woedend aan de bovenarm van haar kind, een stel maakte ruzie over het menu en een getatoeëerde man stond luid te bellen. Ik stond weer met beide benen in de ‘beschaving’.
Etymologie
* van "tatouer", dat teruggaat op "tatau" "tikken, kloppen"; in de betekenis van ‘figuren in de huid aanbrengen’ aangetroffen vanaf 1836
Vertalingen
Engelstattoo
Franstatouer
Duitstätowieren
Spaanstatuar
Italiaanstatuare
Chinees刺
Arabischوشم
Turksdövme yapmak
Poolsrobić tatuaż, tatuować
Zweedstatuera
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek