tasten

/ˈtɑstə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) waarnemen door aanraking, meestal met een of beide handen
  2. ov (ov) door voelen onderzoeken
  3. ov (ov) raken of treffen (figuurlijk)
  4. ov, figuurlijk (ov), (figuurlijk) iets bemerken of bespeuren zonder het rechtstreeks waar te nemen
    Een leugen voelen en tasten.
  5. ov, figuurlijk (ov), (figuurlijk) in onzekerheid naar iets zoeken

Etymologie

* via Middelnederlands "tasten" van "taster" (modern Frans "tâter", Engels taste). In de betekenis van ‘bevoelen’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Uitdrukkingen

  • In het duister tastenBij gebrek aan gegevens in onzekerheid over iets verkeren
  • Diep in zijn beurs, buidel, zak tastenErgens veel geld voor betalen
  • Iemand in zijn eer tastenIemand beledigen, krenken of kwetsen
  • Iemand in zijn kruis tastenIemand kwetsen, op een vervelende manier te pakken nemen of voor gek zetten

Vertalingen

Engelstouch, feel, grope
Duitstasten
Spaanspalpar, tantear