tankwagen
mannelijk (de)/tɛnkwaxə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vrachtwagen waarmee men vloeistoffen, gassen of poeders kan vervoeren in een grote tank die deel uitmaakt van de vrachtwagenDe tankwagen bevat volgens het gedupeerde transportbedrijf een onschuldig oliezuur, waarmee zeep, tandpasta en scheerschuim wordt gemaakt.de Telegraaf 23 jan. 2018Zeker zes mensen, onder wie een gezin, zijn dinsdag in Italië om het leven gekomen door een ongeval waarbij een tankwagen vlam vatte.de Telegraaf 02 jan. 2018
Vertalingen
Engelsreservoir wagon, tank lorry, tank truck
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek