tangens
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meetkunde) segment van de raaklijn aan een cirkel, gelegen tussen de twee benen van een hoek in het middelpunt, waarvan het ene been de straal van het raakpunt is
- (meetkunde) verhouding van de overstaande en de aanliggende rechthoekszijde in een rechthoekige driehoek
- (meetkunde) verhouding tussen de projecterende loodlijn en de projectie van het ene been van de hoek op het andere
Etymologie
* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘getal dat verhouding uitdrukt van rechthoekszijde tegenover die hoek tot de aanliggende rechthoekszijde’ voor het eerst aangetroffen in 1614
Vertalingen
Spaanstangente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek