tandwiel

onzijdig (het)/'tɑntʋil/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wiel met een gekartelde rand bedoeld om in te grijpen in die van een ander ter overdracht van aandrijfkracht
    Dit mechaniek bestaat uit een aantal tandwielen.

Vertalingen

EngelsZahnrad, cogwheel
Fransroue dentée
Spaansrueda dentada