tandkroon

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. met glazuur bedekt deel van een tand
  2. een kunsttand die een verloren gegane tand vervangt
    Om hun patiënten tegemoet te komen, kopen tandartsen steeds meer tandprothesen in China. In ons land zijn tandkronen en -bruggen immers duur en worden ze ook niet of slechts gedeeltelijk terugbetaald.