tandarts

mannelijk (de)/ˈtɑndɑrts/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, tandheelkunde (beroep) (tandheelkunde) medisch specialist met universitair diploma op het gebied van de tandheelkunde
    Mijn echtgenoot is tandarts en heeft een eigen praktijk.
    ‘Het is vervelend, maar ik ben goddank helemaal niet bang voor de tandarts. Ik ben dolgelukkig met die lui. Man! Die pijn wíl ik verdragen. Stel dat er géén tandartsen zouden zijn, dát zou pas erg zijn.’ de Volkskrant Nathalie Huigsloot25 januari 2019 [https://www.volkskrant.nl/mensen/op-bezoek-bij-de-picasso-van-winschoten-soms-twijfel-ik-eraan-of-er-niet-meer-in-had-gezeten-~bfc03c89/ Interview Jan Mulder]

Vertalingen

Engelsdentist
Fransdentiste
DuitsZahnarzt
Spaansdentista
Italiaansdentista
Portugeesdentista
Russischзубной врач, дантист, стоматолог
Chinees牙科医生
Japans歯科医, しかい
Koreaans치과의사
Arabischطبيب الاسنان
Turksdişçi, diş doktoru, diş hekimi
Poolsdentysta
Zweedstandläkare
Deenstandlæge