taks

mannelijk (de)/tɑks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bepaald hondenras gefokt voor de jacht op dassen
zelfstandig naamwoord
  1. bepaalde hoeveelheid
  2. belasting, heffing

Etymologie

*[B] Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vastgestelde hoeveelheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1389