taikoen

mannelijk (de)/tɑjˈkun/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een rijk persoon die een groot deel van een bepaalde bedrijfstak in handen heeft
    De Indische taikoen Lakshmi Mittal kocht in 2006 het staalbedrijf Arcelor en werd daarmee de eigenaar van de grootste staalproducent ter wereld.

Etymologie

*Via het Engelse tycoon ontleend aan het Japanse 大君 (たいくん, taikun; "grote heer"), een titel voor de shoguns.

Vertalingen

Fransmagnat
Spaansmagnate