taiga
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bioom dat wordt gekenmerkt door uitgestrekte, koude en vochtige naaldwoudenAls je twee paarden op je erf had en twee koeien, was je al koelak. Koelakken werden naar Siberië afgevoerd en daar in een kaal taigabos achtergelaten. {{Aut |Aleksievic, Svetlana AleksandrovnaHet jongetje genaamd Tserin liep zondag achter een puppy aan, het bos in, bekend als de taiga. Die koude en vochtige naaldbossen liggen op de grens tussen toendra en steppen en zitten vol met beren, wolven, lynxen en vossen. Het kind had een reep chocolade bij zich, aldus de grootmoeder.Tubantia 10-JANUARI-2017
Etymologie
* uit het Russisch
Vertalingen
Engelstaiga
Franstaïga
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek