tafzijde
mannelijk/vrouwelijk (de)/tɑfˈsɛidə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een zijden of kunstzijden weefsel in effenbinding2001: Robe van zwarte tafzijde, gecombineerd met zwart kant op een geel fond en een hoed met veren.
Vertalingen
Engelstaffeta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek