tabla
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtabla/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) stel van twee trommels die iets verschillen in grootte en klank, zoals veel gebruikt in de muziek uit Zuid-AziëKijk, ik ben opgegroeid met westerse muziekinstrumenten. Als ik nu tabla of harmonium [traditionele hindostaanse muziekinstrumenten (…)] zou gaan spelen, zou ik toneelspelen.
- (muziek) (in het bijzonder) de kleinere trommel met een wat hogere toon van het stel van twee trommels zoals veel gebruikt in de muziek uit Zuid-AziëDeze trommel wordt door rechtshandigen met de rechterhand bespeeld.De rechtertrommel wordt tabla of 'dayan' genoemd (dit betekend {{sic!|betekent
Etymologie
*via "तबला" (tablā), van طَبْلَة (ṭabla) "trommel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek