tabberd
mannelijk (de)/ˈtɑbərt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lange wijde mantelSinterklaas, goedheilig man, trek je beste tabberd an.0, wat was die wind koud! Sint stond te rillen in zijn witte tabberd.
Etymologie
*via Middelnederlands "tabbaert" van "tabard", cognaat met "tabardo" en "tabarro"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek