taats

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) spijker met ronde kop
    De taats van een priktol.
  2. techniek (techniek) de tap waar een vertikale as draaibaar op steunt
    De balk met het grote tandwiel, heeft een metalen taats die in een taatspot draait.

Vertalingen

Engelspivot
Franspivot
Spaanspivote