taan
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bederfwerende bruingele verfstof, aftreksel van eikenschors
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ontsmettende verfstof, aftreksel van eikenschors’ voor het eerst aangetroffen in 1456
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek