taalverloedering

vrouwelijk (de)/ˈtal.vər.ˌlu.də.rɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde, pejoratief (taalkunde), (pejoratief) het door slonzigheid en verwaarlozing teloorgaan van het peil van de taalbeheersing
    Er is sprake van taalverloedering en achteruitgang van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands bij mensen die later belangrijke functies in het openbaar bestuur en de rest van de maatschappij innemen.[https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2232341-universiteiten-voor-de-rechter-want-oprukkend-engels-moet-stoppen.html Ad Verbrugge NOS]

Etymologie

*Sedert 1971 geattesteerd.[https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=taalverloedering&coll=ddd&sortfield=date&identifier=ddd%3A010618818%3Ampeg21%3Aa0084&resultsidentifier=ddd%3A010618818%3Ampeg21%3Aa0084 Leeuwarder courant: hoofdblad van Friesland 7 sept 1971]

Vertalingen

Engelslanguage degradation