taalkenner

mannelijk (de)/ˈtalkɛnər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deskundige op het gebied van een taal
    Ook taalkenner Wim Daniëls kan zijn lol niet op. “Op elk woord ontstaat weer een reactie. We praten over de anderhalvemetersamenleving, maar wat is dat nou? Nou, we krijgen er dus allemaal ontwijkstress van. Al die nieuwe woorden geven weer een nieuw woord als reactie.”
    Engels goed spreken is niet evident voor de gemiddelde Vlaming en Nederlander, maar ook voor taalkenners. Zoveel blijkt wel uit het boek van Jules Hellendoorn.

Vertalingen

Engelsphilologist, linguist