taalgroep

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtaɫɣrup/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een groep aan elkaar verwante talen of taalvariëteiten
    Karakteristiek voor deze taalgroep zijn de voor de meeste mensen onuitspreekbare medeklinkerclusters die toegestaan zijn.
  2. een groep mensen die dezelfde taal spreken

Vertalingen

Spaansgrupo lingüístico