taalfilosoof
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die de wijsbegeerte van de taal beoefentWetenschappers in de literatuur. Werden we eerder dit jaar al verrast door een biografische roman van David Leavitt over de briljante wiskundige Ramanujan, nu ligt er zowaar een nog betere voor over een briljante taalfilosoof.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek