taaldiversiteit

vrouwelijk (de)/ˈtaldivɛrziˌtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verscheidenheid in taalgebruik in een bepaald gebied
    Volgens de nieuwste Ethnologue is Papoea-Nieuw-Guinea met 820 talen linguïstiek gezien het meest diverse land ter wereld. In Haïti is de taaldiversiteit het laagst, het land heeft slechts twee levende talen.
    Het taalbeleid van de Europese Unie is erop gericht dat de taaldiversiteit in Europa behouden blijft en dat alle Europese burgers naast hun moedertaal praktische vaardigheden in minstens twee andere talen verwerven.