taalcursus

mannelijk (de)/ˈtalkʏrzʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) een cursus met als doel, het aanleren van een taal

Vertalingen

Engelslanguage course
Franscours de langue
DuitsSprachkurs
Spaanscurso de idioma