taalbeschouwing
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het onderzoeken van de taal; de opvattingen die men heeft over de taal; het beoordelen van de taalRik Vosters kreeg de Prijs voor Taalkunde, 1.250 euro waard, voor zijn proefschrift ‘Taalgebruik, taalnormen en taalbeschouwing in Vlaanderen tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden’.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek