systeem

onzijdig (het)/siˈstem/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een uit meerdere interagerende onderdelen bestaand stelsel dat als geheel toegevoegde eigenschappen heeft
    Het systeem dat Wikimedia voor haar projecten gebruikt, is erg flexibel.
    Thuis had ik een systeem in elkaar geknutseld met klittenband die de paraplu aan mijn rugzak bevestigde, waardoor ik mijn handen vrijhield voor mijn wandelstokken.
  2. methode om iets te doen
    Ze moesten het materiaal dus verwarmen met vuur en bovendien een systeem bedenken om de stammen boven het vuur om te draaien op ongeveer dezelfde manier als zuiderlingen schapenlichamen boven open vuur roteerden.

Etymologie

*Via het Latijnse systema ontleend aan het Oudgriekse σύστημα (sustēma; "geheel, systeem, samenstelling").

Vertalingen

Engelssystem
Franssystème
DuitsSystem
Spaanssistema
Italiaanssistema
Portugeessistema
Russischcистема
Chinees系統
Japansシステム
Koreaans계 (물리학)
Arabischنظام
Turkssistem, dizge
Poolssystem
Zweedssystem
Deenssystem