syndicalist

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. leden van een vakbond
  2. aanhanger van het syndicalisme (de politiek economische stroming die een zeer groot belang hecht aan vakbonden)
    Sardinië werd opgeschrikt door een ‘literaire’ moordzaak. De 82-jarige populaire Italiaanse dichter en syndicalist Peppino Marotto werd op 29 december in zijn geboortedorp Orgosolo op Sardinië doodgeschoten. NRC 8 januari 2008 [https://www.nrc.nl/nieuws/2008/01/08/raadsels-bij-moord-op-dichter-11464168-a640246 raadsels bij moord op dichter]
    Wilders’ ideologische wortels zijn dan ook anders dan die van het fascisme. Wilders begon zijn carrière als liberaal politicus, maar het fascisme is juist gebaseerd op het anti-liberale gedachtegoed van 19de-eeuwse denkers als Friedrich Nietzsche en de Franse syndicalist Georges Sorel. NRC Bernard Hulsman 5 oktober 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/10/05/vrijspraak-op-alle-beschuldigingen-1158964-a463065 Vrijspraak op alle beschuldigingen]

Etymologie

* afleiding van syndicaat

Vertalingen

Engelssyndicalist