syncope
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) plotseling bewustzijnsverlies
- (muziek) verlegging van de maataccentenDie syncopen rammelden een beetje, laten we het vanaf maat 13 opnieuw doen.
- (taalkunde) deletie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordmiddenAls de elisie een klinker binnen het woord betreft, spreekt men van syncope.
Etymologie
* Leenwoord uit Frans syncope, overgenomen uit Latijn syncope, ontleend aan Oudgrieks synkopḗ (συγκοπή), afleiding van synkóptein ‘stukslaan’, gevormd uit sýn- ‘samen’ en kóptein ‘hakken’.
Vertalingen
Engelssyncope, syncopation, syncope
Spaanssíncope, síncopa, síncopa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek