syncope

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) plotseling bewustzijnsverlies
  2. muziek (muziek) verlegging van de maataccenten
    Die syncopen rammelden een beetje, laten we het vanaf maat 13 opnieuw doen.
  3. taalkunde (taalkunde) deletie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordmidden
    Als de elisie een klinker binnen het woord betreft, spreekt men van syncope.

Etymologie

* Leenwoord uit Frans syncope, overgenomen uit Latijn syncope, ontleend aan Oudgrieks synkopḗ (συγκοπή), afleiding van synkóptein ‘stukslaan’, gevormd uit sýn- ‘samen’ en kóptein ‘hakken’.

Vertalingen

Engelssyncope, syncopation, syncope
Spaanssíncope, síncopa, síncopa