surveilleren

/ˌsʏrvɛ'jerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) toezicht houden
    Ik moest surveilleren bij het eindexamen.

Etymologie

*afgeleid van het Franse surveiller ()

Vertalingen

Engelssupervise, proctor
Franssurveiller
Duitsbeaufsichtigen
Spaansvigilar