surseance
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌsʏrseˈjɑ̃sə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) uitstel van betaling van schulden
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opschorting’ voor het eerst aangetroffen in 1564
Vertalingen
Spaansmoratoria
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek