surplacen
/syrˈplɑsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (fietsen) zich in evenwicht houden op een stilstaande fietsOm te surplacen heb je een goed evenwicht nodig... of zijwieltjes!
- (wielrennen) zich balancerend laten voortbollen op de fiets zonder te trappen, meestal om de leiding nillens willens op te dringen aan de tegenstanderSommige sprinters zijn meesters in het surplacen.
- passief zijn, de toestand laten zoals hij is zonder in te grijpenWie failliet gegaan is, kan ofwel surplacen en wegkwijnen in het verleden, ofwel handelen en opnieuw van nul beginnen.
Etymologie
*Denominaal afgeleid van surplace.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek