suikeroom
mannelijk (de)/ˈsœykərˌom/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rijke oom die mogelijk wat te vererven heeftBelastingvrij schenken mocht altijd al: ouders mogen hun kinderen jaarlijks ruim 5.141 euro schenken zonder dat zij hierover belasting hoeven te betalen. (…) Twee belangrijke beperkingen zijn geschrapt: er geldt geen leeftijdsgrens meer en de regeling is niet meer uitsluitend bedoeld voor ouders die aan hun kinderen schenken – iedereen mag voortaan schenken en iedereen mag ontvangen. Dus ook grootouders en suikerooms komen nu in beeld.
- rijke verwant of weldoener door wie je wordt verwendDe zakenman is sinds kort de suikeroom van Roda JC en gaat 15 tot 20 miljoen in de club steken.
- (figuurlijk) rijke man die jonge meisjes met geld en geschenken verleidtNiet alle suikerooms zijn gewelddadig, onderstreept ze. Maar de relatie is zo ongelijkwaardig – hij zo machtig, zij zo machteloos – dat er geen vrijheid meer is zo gauw de deal is beklonken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek