suikeroom

mannelijk (de)/ˈsœykərˌom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rijke oom die mogelijk wat te vererven heeft
    Belastingvrij schenken mocht altijd al: ouders mogen hun kinderen jaarlijks ruim 5.141 euro schenken zonder dat zij hierover belasting hoeven te betalen. (…) Twee belangrijke beperkingen zijn geschrapt: er geldt geen leeftijdsgrens meer en de regeling is niet meer uitsluitend bedoeld voor ouders die aan hun kinderen schenken – iedereen mag voortaan schenken en iedereen mag ontvangen. Dus ook grootouders en suikerooms komen nu in beeld.
  2. rijke verwant of weldoener door wie je wordt verwend
    De zakenman is sinds kort de suikeroom van Roda JC en gaat 15 tot 20 miljoen in de club steken.
  3. figuurlijk (figuurlijk) rijke man die jonge meisjes met geld en geschenken verleidt
    Niet alle suikerooms zijn gewelddadig, onderstreept ze. Maar de relatie is zo ongelijkwaardig – hij zo machtig, zij zo machteloos – dat er geen vrijheid meer is zo gauw de deal is beklonken.