stuwer

mannelijk (de)/ˈstywər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. havenarbeider
    Goedgebekt, vooral op dreef als hij het geweten van Nederland mag zijn. Geboren in Den Helder, een telg uit het Vroom & Dreesmannconcern, waar zijn vader directeur en grootaandeelhouder was. Zelf stopte hij in 1978 met zijn studie sociologie om in de haven van Rotterdam als maoïst de revolutie te prediken. Rosenmöller werkte er als stuwer bij Müller Thomson. Het Parool MARCEL WIEGMAN 22 APRIL 2018 [https://www.parool.nl/amsterdam/als-je-mag-kiezen-wie-wordt-dan-burgemeester-van-amsterdam~a4594698/ Als je mag kiezen, wie wordt dan burgemeester van Amsterdam?]
  2. dief

Etymologie

* van stuwen